Zestig jaar SOS Kinderdorpen in Nederland
De Nederlandse tak van de internationale hulporganisatie SOS Kinderdorpen bestaat dit jaar zestig jaar. Ter gelegenheid daarvan worden in het land bijeenkomsten voor donateurs gehouden om hen bij te praten over actuele ontwikkelingen. Ook in Den Bosch vond een donateursbijeenkomst plaats. Uit onze wijk waren donateurs aanwezig, maar ook Marijke Acket, die voor SOS Kinderdorpen Nederland werkt. Voor de wijkkrant wil ze daar graag over vertellen.
SOS Kinderdorpen
SOS Kinderdorpen werd 1949 opgericht door Herman Gmeiner. Deze Oostenrijker, die zelf op jonge leeftijd zijn moeder verloor, was ervan overtuigd dat grote weeshuizen schadelijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Hij introduceerde het ‘kinderdorp’, waar kinderen worden opgevangen in kleine groepen met een vaste verzorger. Een alternatief gezin.
SOS Kinderdorpen ontwikkelde zich tot een wereldwijde organisatie met activiteiten in 130 landen. Gebleken is dat veel kinderen in alternatieve zorg terecht komen omdat de eigen ouders niet voor hen kunnen zorgen. SOS Kinderdorpen is zich daarom ook gaan richten op het versterken van de families en de sociale gemeenschappen opdat zij weer in staat zijn zelf hun kinderen veilig en gezond te laten opgroeien. Dat doet ze altijd in samenwerking met lokale organisaties. Daarnaast biedt SOS Kinderdorpen ook noodhulp bij rampen en in oorlogsgebieden en doet zij aan belangenbehartiging voor kinderen.
Werkervaring in Afrika
Marijke vertelt dat ze voor haar werk bij SOS Kinderdorpen Nederland veel baat heeft bij haar jarenlange werkervaring in Afrika. “Na mijn middelbare school ben ik in Tilburg Beleid- en organisatiewetenschappen gaan studeren. Dat vond ik supersaai! Avontuur wilde ik. Toen ben ik een half jaar in Zuid Afrika gaan reizen en studeren. Community development, gemeenschapsontwikkeling, was een van mijn vakken. Daarvoor gingen we ook de sloppenwijken in. Ik ben geboren in Oss en opgegroeid in Heesch, dus hier ging een wereld voor me open!“
“Voor mijn afstudeeronderzoek ben ik terug gegaan naar Afrika, ditmaal naar Zimbabwe. Ik onderzocht de impact van Young Africa’s programma’s op het leven van jongeren. Deze organisatie biedt trainingsprogramma’s aan kwetsbare jongeren, waarin ze zowel beroepsvaardigheden als ‘soft skills’ leren. Young Africa is opgezet door een Nederlandse docente Klassieke talen, die met een klein startkapitaal een trainingscentrum begon. Heel praktisch. Zo kun je dus ook je leven inrichten, zag ik. Met een beetje wil en doorzettingsvermogen, gewoon beginnen met wat nodig is. En je kunt dan echt een verschil maken!”
Een Zimbabwaanse vriendin nam Marijke mee naar een ziekenhuis waar ook wees- en verlaten kinderen werden opgevangen. “Er was helemaal niks voor die kinderen, geen opvanghuis, geen onderwijs. Schrijnende situaties, verwaarloosde en mishandelde kinderen. Dat werd het begin van mijn werk daar. Met mijn toenmalige vriend heb ik Stichting Imba opgezet om iets voor deze kinderen te kunnen doen. We zijn naar Zimbabwe verhuisd, hebben relaties gelegd met lokale organisaties, hulporganisaties benaderd, geld ingezameld en een thuis voor ze opgezet. Maar al snel bleek dat veel kinderen nog één of beide ouders of andere familie hadden, maar dat zij door armoede of andere omstandigheden niet voor hen konden zorgen. De vraag werd toen: kunnen we iets aan die oorzaken doen? Kunnen we deze families handvatten aanreiken om wel hun eigen kinderen te kunnen opvoeden? Want de eigen familie is in principe altijd de beste plek om op te groeien. We hebben de lokale organisatie IMBA Zimbabwe opgezet, met lokale collega’s, de lokale overheid en andere bestaande structuren. Samen zijn we per familie gaan kijken: wat heeft dit gezin nodig om de armoedecirkel te doorbreken? Een opleiding voor de ouder, een inkomensgenererende activiteit? Dat zijn we gaan organiseren. Ik kende SOS Kinderdorpen toen nog niet, maar wij werkten vanuit dezelfde gedachte.” Stichting Imba bestaat nu al 20 jaar en heeft inmiddels een tweede poot in Malawi.
Weer in Nederland
Marijke is na omzwervingen weer in Nederland beland en woont nu aan de Geldersedam.
“Ik mis Afrika nog steeds. Maar ik heb nu zelf een zoontje van 7 jaar, die hier in de wijk opgroeit. Het is nu goed om hier te zijn. Én ik doe nog steeds hetzelfde werk, maar dan vanuit SOS Kinderdorpen Nederland.” Ze is daar senior beleidsadviseur Kinderbescherming en kindveiligheid. “In Nederland richt het werk van SOS Kinderdorpen zich vooral op fondsenwerving en ondersteuning van projecten in Afrika. De SOS methodieken voor de bescherming van kinderen en jongeren zonder ouderlijke zorg zijn in Nederland overgedragen aan jeugdzorginstanties hier. Vanuit het oogpunt belangenbehartiging bepleiten we onder meer aandacht voor kinderrechten in het buitenlandbeleid van Nederland.”
Marijke heeft veel profijt van de kennis en de relatienetwerken die ze in Afrika opbouwde. “Mijn ervaringen in Afrika en mijn beide master opleidingen, (naast Beleid- en organisatiewetenschappen studeerde zij ook nog International Development Studies), komen me in deze functie heel goed van pas. Ik zit hier goed op mijn plek.”
.-.-.
Steun van donateurs
SOS Kinderdorpen is van meet af gesteund door donateurs. In de beginjaren sponsorden donateurs één of meer kinderen, waarmee ze ook contact konden onderhouden. Later sponsoreden donateurs een dorp en ontvingen ze jaarlijks een verslag van de activiteiten aldaar. Tegenwoordig wordt van donateurs gevraagd om het werk van de organisatie in het algemeen te steunen.
José is al 25 jaar donateur van SOS Kinderdorpen.
“Via een vriendin hoorde ik over het werk van SOS Kinderdorpen. Wat mij direct aansprak is dat deze weeskinderen in hun eigen land worden opgevoed. Veel uit het buitenland naar Nederland geadopteerde kinderen gaan later toch op zoek naar hun wortels. In de kinderdorpen blijven ze geworteld in hun eigen cultuur. Het ‘gezinsmodel’ vind ik ook heel goed. De kinderen hebben een vaste ‘ouder’ en vaste ‘broertjes en zusjes’.
Ik heb altijd kinderen uit Afrika ondersteund. Via kaartjes met verjaardagen en kerst houd ik contact met ze. Elk jaar krijg ik een nieuwe foto en informatie over hoe het met het kind gaat. Je ziet ze groeien, totdat ze het dorp verlaten, omdat ze volwassen zijn of bij familie elders gaan wonen. Dat SOS Kinderdorpen nu ook de gemeenschappen ondersteunt vind ik goed, maar het zou jammer zijn als mijn betrokkenheid bij individuele kinderen daarmee zou gaan verdwijnen.”
Meer over SOS Kinderdorpen: www.soskinderdorpen.nl