Mijn schoonzus Saskia vertelde laatst dat oorspronkelijk de Ophoviuslaan doorliep tot aan de Graafseweg en een deel van de straat pas later “van Grobbendoncklaan” genoemd werd. Dat vroeg om nader onderzocht te worden.
De “van Grobbendoncklaan” is tezamen met de Bruistensingel de grensstraat aan de oostzijde van onze wijk met de Graafsebuurt. De stad had eerder een Grobbendonckstraat gekend (vanaf 1898 tot 1945). Deze liep van de Havenstraat naar het Emmaplein (op 't Zand). Bij de bevrijding van de stad in 1944 werden de huizen grotendeels verwoest, alleen het protestantse kerkgebouw Bethel (nu Emmaplein 17) kwam ongeschonden uit de strijd. De straat werd niet meer herbouwd. In plaats daarvan werd in 1945 de bestaande Pijnappelstraat herbenoemd tot Van Grobbendoncklaan. Het was ook wat verwarrend, er was tenslotte ook al een Pijnappelschepoort (zijstraatje van het Hinthamerend). De Ophoviuslaan werd daarop ingekort tot de Pieter Breughelstraat. De straat liep oorspronkelijk door in een bocht tot aan de Elzenstraat. Bij de uitbreidingen in Noord (1977) werd de Van Grobbendoncklaan vervolgens verlengt richting Noord. Vanaf de Aartshertogenlaan kreeg de straat de naam Bruistensingel. Het is wat verwarrend bij elkaar, Ik hoop dat jullie het nog kunnen volgen 😃.
Wie was nu van Grobbendonck? Van Grobbendonck was een van de belangrijkste spelers bij de val van de stad in 1629. Anthonie Schetz, baron van Grobbendonck, was de laatste militaire gouverneur van ’s-Hertogenbosch onder de Spaanse koning. Hij werd in 1564 geboren als jongste zoon in een gezin van maar liefst 21 kinderen. Na diverse officiersfuncties werd Anthonie Schetz in 1596 door aartshertog Albertus van Oostenrijk (landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden namens de Spaanse koning Filips II) benoemd tot militair commandant van de troepen van ’s-Hertogenbosch en later in 1603 tot gouverneur van de stad. Hij bleef dit tot de inname van de stad door Frederik Hendrik in 1629. Anthonie Schetz probeerde zo lang mogelijk vol te houden tegen de Staatse troepen. Niet alleen omdat dat van hem verwacht werd, maar vooral ook omdat verlies van ’s-Hertogenbosch voor hem persoonlijk gezichtsverlies zou betekenen in Brussel. Dat betekende voor hem verlies van inkomen en bezittingen! Uiteindelijk wilden de notabelen van de stad niet verder vechten en (om erger te voorkomen) werd besloten te capituleren (14 september 1629). Alles bij elkaar had het beleg vier-en-halve maand geduurd. In die periode waren er wel kleinere aanvallen en uitvallen vanuit de stad, maar die waren niet succesvol. De ondermijning van de verdedigingswerken (denk aan de loopgraven, borstweringen, dijken en tunnels) en de langdurige beschietingen deden de stad vallen nadat een bres was geslagen in het Vughter bastion. Na de capitulatie moesten de Spaanse troepen, de katholieke geestelijken, en Anthonie Schetz met zijn gezin de stad verlaten. De schuld voor de val van ’s-Hertogenbosch schoof Anthonie Schetz al snel naar Hendrik van den Bergh (neef van Frederik Hendrik!), die de legeraanvoerder van de Spaanse troepen was. Nadat deze Hendrik in 1633 naar de Staatse tegenstanders overliep, was dat alom een acceptabele verklaring. Anthonie Schetz stierf in 1640, 76 jaar oud, dubbel zo oud als de gemiddelde man toen werd in die tijd.
Over de bebouwing de Van Grobbendoncklaan is natuurlijk ook veel over te vertellen. Daar lag natuurlijk het zwembad de IJzeren vrouw, het Brabantbad en de Vinkenkamp, maar daarover later meer.
Frank