Michael van Ophoven
Michael van Ophoven, beter bekend als Ophovius, werd geboren op 22 januari 1570 in den Bosch en gedoopt in de Sint-Janskathedraal. Michael Ophovius groeide met vier broers en drie zusters op in een godsdienstig gezin. Zijn ouders hadden een weverij en handelden in linnengoed.
Michael was voor het geestelijk ambt voorbestemd en volgde de Latijnse School in de stad. In 1585 trad Ophovius in het klooster van de Dominicanen te Antwerpen. In 1593 werd hij aldaar gewijd tot priester. Michael maakte snel carrière. Hij werd inquisiteur in het bisdom Antwerpen (1601).
Ophovius gevangen
Tijdens een bezoek aan de stad in 1623, belastte aartshertogin Isabella, hem met een precaire missie. Isabella was in de waan gebracht, dat de gouverneur van de Staatse vestingstad Heusden genegen zou zijn om de vesting aan de Spanjaarden over te dragen. Voorzien van een paspoort van de Staten-Generaal voor particuliere doeleinden, begaf Ophovius zich naar Heusden om Isabella's voorstel aan de gouverneur over te brengen. Deze was zeer verontwaardigd en liet hem daarop arresteren. Ophovius werd overgebracht naar Den Haag, waar hij eenentwintig maanden gevangen zat. Isabella mobiliseerde zowel in binnen- als buitenland de nodige hulp om druk te zetten om zo Ophovius vrij te krijgen. Hij hielp en hij werd in 1624 vrijgelaten.
Bisschop van Den Bosch
Aartshertogin Isabella droeg als schadeloosstelling Ophovius voor, voor de vacante bisschopzetel van 's-Hertogenbosch. Ophovius werd daarop vervolgens in Antwerpen tot bisschop gewijd. Op 30 oktober 1626 hield hij zijn intocht in de stad als zesde bisschop van 's-Hertogenbosch. Hij was de eerste bisschop die ook in de stad geboren was.
Na de capitulatie van Den Bosch
Het was echter voor korte duur. 14 september 1629 capituleerde stad. Ophovius had bij de verdediging en bij de onderhandelingen met stadhouder Frederik Hendrik een belangrijke rol gespeeld. Hij ondertekende daarom mede het capitulatieverdrag van de stad. Daarna werd hem de zetel van het bisdom Brugge aangeboden, maar hij weigerde dit. Hij wilde zich wijdden, nu het katholieke geloof niet langer in vrijheid kon worden beleden, aan de zielzorg in het nog resterende deel van zijn bisdom. Hiertoe nam hij zijn intrek in het kasteeltje van Geldrop. Op bevel van de Staten-Generaal in 1636 was hij genoodzaakt de Meierij definitief te verlaten. Hij overleed op 4 november 1637 en werd op 5 januari 1638 begraven in de Sint Pauluskerk te Antwerpen.