De jonge en oude voetboogstraat zijn de toegangswegen naar het Muntelplein. De twee straten zijn vernoemd naar twee Bossche middeleeuwse schuttersgilden. Het is niet precies bekend wanneer de Bossche schuttersgilden zijn opgericht.
Vanaf de stichting van 's-Hertogenbosch, aan het einde van de twaalfde eeuw, werd de vestingstad tot 1567 verdedigd door haar eigen inwoners. De inwoners van de stad, verdedigden niet alleen de stad, maar op bevel van de Hertog of het stadsbestuur moesten zij ook buiten de stadsgrenzen ten strijde trekken. De ambachtsgilden leverden hun eigen manschappen, maar er waren ook speciale schuttersgilden. Zo waren er de schuttersgilden van " De Oude Voetboog "," De Jonge Voetboog" en "De Kolveniers". De Schutterij van de Oude Voetboog is het oudste en belangrijkste Bossche schuttersgilde. Zij werden ook wel De Oude Schutse geheten. Buiten de verdediging van de stad, hielpen de schuttersgilden ook mee bij bestrijding van branden en hulpverlening bij rampen. De schuttersgilden werden genoemd naar het wapen waarvan zij zich bedienden. Het voornaamste schietwapen van de gilden was de boog. (Dit was vóór de uitvinding der vuurwapens). De voetboog geldt als het oudst gebruikte wapen. Het was een wapen dat alleen door gegoede burgers betaald kon worden. De voetboog werd opgespannen door een winde terwijl de kolf op de grond werd geplaatst. Van dit oude wapen zijn er verschillende varianten bekend. De voetboogschutters schoten op een afstand van 70 meter op doel.
De Jonge Schutters schoten evenals De Oude Schuts met een kruisboog. Op hun bogaard konden zij zich hierin oefenen. Na de eerste uitbreiding van de stad in 1318 was er een stadspoort bij de Kuipertjeswal. De Jonge Schutters kregen buiten de stadspoort de beschikking over een eigen schietterrein, een bogaard. Omstreeks 1400 werd de Vughterstraat verlengd en kwam er een nieuwe stadspoort ter hoogte van het huidige Wilhelminaplein ook bekend als 'Het Heetmanplein'. Bij deze vergroten van de stad kwam hun schietterrein midden in de bebouwde kom te liggen. Aan de Vughterstraat bezat men een eigen pand en de bogaard zelf strekte zich uit tot aan de stadsmuur aan de Westwal. Het straatje “Achter de Boogaard” in de binnenstad doet ons daar nog aan herinneren.
In 1567 legde landvoogdes Margaretha van Parma op dat 's-Hertogenbosch een garnizoensstad moest worden. De schutterij begon daarmee haar belangrijke betekenis te verliezen. Tijdens de Franse Tijd (1795-1813) werden alle gilden successievelijk opgeheven.
In 1991 vond een heroprichting van De Oude Schutse plaats door een enthousiaste groep mensen. Uiteraard niet meer om de stad te verdedigen tegen mogelijke vijanden, maar als een verlevendiging van het historische stadsbeeld. Het reglement is gestoeld op de regels van 1453. Kleding en bewapening zijn authentieke replica's van voorbeelden uit de 15e eeuw. Het gilde heeft zijn domicilie in het kruithuisje op het terrein van de Citadel. Ook de schietbaan bevindt zich op de Citadel.
Frank
Gilde: Een gilde of ambacht was in grote delen van Europa in de tijd voor de Franse Revolutie een belangenorganisatie van en voor personen met hetzelfde beroep, veelal ontstaan binnen zich sterk ontwikkelende woonplaatsen met stadsrechten binnen een feodaal stelsel. Gilden en ambachten hebben vanaf de middeleeuwen tot eind 18e eeuw bestaan.