In de Orthenpoort, in het deel wat vroeger de Duliwijk genoemd werd, ligt de Ridderspoorstraat. De gemeenteraad besloot op 22-10 1937 de straat zo te noemen. Tot de Duliwijk behoorde de straten met de bloemennamen. De bouw van de eerste woningen vond in 1933 plaats. De Duliwijk lag naast de Vogelwijk. De naam Duliwijk is genoemd naar de aannemers die er de woningen bouwden, naar de heren Jacobus van Dun en Peter van Liempt.
Ridderspoor: een bijzondere plant met een bijzondere naam
Ridderspoor is een plant die wel een meter hoog kan worden. Ridderspoor heeft haar naam te danken aan de vorm van de bloem. Als je goed kijkt, zie je dat de bloem lijkt op een oude, middeleeuwse ridderhelm. Het uitstekende deel op de bloem dat naar achteren wijst, doet denken aan een spoor, zoals ridders deze ook op hun laarzen hadden. Daarom wordt de bloem ridderspoor genoemd. De Latijnse naam voor ridderspoor is delphinium en betekent 'dolfijn'. In de vorm van de bloem kun je ook de vorm van een dolfijn zien. In de symboliek staat ridderspoor voor vrolijkheid, openheid en een licht, fijn gevoel.
De Ridderspoorstraat is nu een achterafstraatje waar drie grote panden zijn gehuisvest waar onder stichting Loods en Nettorama. Het gebouw waar Loods is gehuisvest was vroeger een school annex werkplaats. In 1933 werd door de gemeentelijke Commissie voor jeugdwerkelozenzorg de werkplaats in gebruik genomen. Werkelozen jongens van 24 tot 21 kregen daar de gelegenheid een vak te leren zoals machinebankwerker, timmerman, metselaar, elektricien, lassers, schilder enzovoort. Om deelname voor jonge mensen uit de omliggende dorpen te vergemakkelijken werd in 1936 de centrale werkplaats overgenomen door het rijk en verder uitgebreid. Het kreeg de naam “Rijkswerkplaats voor vak ontwikkeling”. De opleiding was gratis en men kreeg zelfs vergoeding voor slijtage van de werkkleding. De werkelozen maakten ramen, deuren en kozijnen welke regelmatig per opbod werden verkocht.
De sigarenfabriek
Waar Nettorama nu gehuisvest stond vroeger de Antonio sigarenfabriek. Den Bosch had vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog veel sigarenfabrieken. In 1914 waren er maar liefs 1700 Bosschenaren in deze bedrijfstak werkzaam. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kregen de sigarenfabrikanten te maken met een groot gebrek aan grondstoffen. Veel sigarenfabrieken moesten noodgedwongen de deuren sluiten, of hun productie sterk inkrimpen. Na de oorlog sloten daarom vele Bossche sigarenfabrieken de poorten. Goulmy en Baar (Willem 2), Mauritz Azijnman (Antonio), Houtman en De Leeuw waren bekende sigarenfabrikanten. In 1937 werd de Antonio sigarenfabriek in de Ridderspoorstraat geopend. De sigarenfabrieken zijn inmiddels allen verdwenen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Cooymans (distilleerderij) zich tijdelijk in het pand gehuisvest.
De Nettorama
Eind jaren 70 komt er een vestiging van Nettorama. Dit familiebedrijf is in 1968 opgericht door de heer Jaap Bastmeijer. De keten is uitgegroeid tot meer dan 32 winkels. Het hoofdkantoor en het distributiecentrum zijn gevestigd in Oosterhout. Reeds in 1984 werden er al vragen in de gemeenteraad gesteld over de verkeersproblematiek nabij Nettorama over de overvolle parkeergelegenheid en verkeersafwikkeling de aan Orthenseweg. Vijftig jaar later is het helaas nog niet veel beter.
Frank