Als je op de straatnaambordjes in de wijk kijk zie je Antoon der Kinderen staan. Echter, als je op internet gaat zoeken vind je zijn naam onder Antoon Derkinderen. De geboorteakte van Antonius (Antoon) Johannes geeft geen duidelijkheid. In het Bossche doopregister wordt aangifte gedaan door zijn vader Antonius Henricus Derkinderen maar hij tekent met de naam Antoon der Kinderen. Kortom beide namen worden gebruikt al is Derkinderen de meest voorkomende schrijfwijze en niet der Kinderen. Wel een toepasselijke straatnaam voor een straat waar een grote school staat (Kameleonschool). Vroeger stonden hier zelfs 2 scholen (de Mgr. Zwijsenschool en de Canisiusschool).
Antonie Derkinderen werd op 20 december 1859 in ''s-Hertogenbosch geboren. Hij was leerling van de Koninklijke School voor Beeldende Kunsten te Den Bosch. Vervolgens ging hij naar Amsterdam waar hij tot 1882 woonde en werkte en studeerde aan de Rijksacademie aldaar. In 1882 ging hij met Jan Toorop naar Brussel en verbleef daar een jaar. Afwisselend verbleef hij in Brussel en Amsterdam. In 1890 vestigde hij zich in Laren.
Hij werd gezien als een jong veelbelovend kunstenaar. Tijdens zijn studie had hij al een opdracht gekregen om ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van ’s-Hertogenbosch, een wandschildering te maken in het Bossche Stadhuis en ook een in de toenmalige Koopmansbeurs (Beter bekend als de Beurs van Berlage). De schildering in het stadhuis deed toentertijd veel stof opwaaien en in 1892 publiceerde Jan Veth zijn boek: ‘Derkinderens wandschildering in het Bossche stadhuis’. Dit boek, bleek later, zou een belangrijke bijdrage leveren aan de theorievorming van de Nieuwe Kunst in Nederland. Hij was een veelzijdig kunstenaar. Hij schilderde, tekende, etste, lithografeerde portretten, figuren en maakte ook wandschilderingen.
Hij woonde in zijn Larense tijd vanaf 1903 in de villa ´De Zonnebloem´ alwaar hij een werkplaats voor schilderen, glasschilderen en glas-in-lood-zetten opende. Hij had veel contacten en zijn ideaal was om naar voorbeeld van de middeleeuwse gilden, leerlingen in het schilderen te oefenen. De werkplaats bereikte echter niet het beoogde succes en in 1907 vertrok Derkinderen naar Amsterdam, waar hij tot directeur van de Rijksacademie werd benoemd, een functie die hij heeft bekleed tot 1925.
Werken van Derkinderen zijn in vele Nederlandse musea te vinden zoals het Haags Gemeentemuseum, Centraal Museum, Utrecht, het Kröller-Müllermuseum, van Abbemuseum en het Noordbrabants Museum. In het stadhuis van onze stad zijn 2 prachtige wandschildering te zien. Loops eens naar binnen, links en rechts in de entreehal zijn ze gelijk te vinden.
Frank