Willem Mooi (die ons beer bekend is onder zijn n Latijnse naam Welhelmus Molius) was een omstreeks 1500 geboren Bosschenaar. Hij was priester van de Sint Jan en werd op dertigjarige leeftijd lid van de Illustere Lieve Vrouwe broederschap. Deze uit 1318 daterende vereniging bestaat nog steeds en heft haar huisvesting in het Zwanenbroederhuis aan de HInthamerstraat.
In 1565 overleed hij in zijn geboortestad. Molius is vooral bekend geworden, omdat hij de schrijver is van een Latijnse kroniek over Den Bosch, lopende vanaf de stichting in de twaalfde eeuw tot 1553 en geschreven in ca.1560.
De verhaaltrant van Molius is plezierig. In zijn kroniek beschrijft hij allerlei wetenswaardige gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. En niet alleen over de grote historische aangelegenheden, maar juist ook over alledaagse zaken. Zoals de uitvinding van een hijswerktuig in de haven, de viering van carnaval en Sint Nicolaas en een diefstal in de Sint Jan.
Molius zelf schrijft over de Bosschenaren van 400 jaar geleden:
'Op feestdagen komen zo goed als allen in de St.-Janskerk bijeen en luisteren naar het woord Gods. In de namiddag echter gaan zij naar de velden om te wandelen of zij gaan de kroeg in waar zij bier drinken. Dat gebeurt soms zeer gulzig en onmatig, terwijl zij elkaar aanzetten en aansporen te drinken. De meisjes en jongens daarentegen gaan bij het vallen van de avonddansen op de pleinen, vooral in de zomer.'
De kroniek van Molius is een van de belangrijkste bronnen van de geschiedenis van de stad 's-Hertogenbosch en haar naaste omgeving, het huidig Oost-Brabant. Het origineel handgeschreven exemplaar is niet bewaard gebleven. Een kopie bevindt zich in het Bossche stadsarchief.
Bron: Boekje Moliusstraat (hoofdstuk 4)