Gedurende een deel van de Tweede Wereldoorlog vonden er geen gemeenteraad vergaderingen plaats. Beslissingen werden genomen door de burgemeester en wethouders. Dat gebeurde ook met de straatnamen in de Vliert. Op 27 juli 1943 stelde burgemeester Thomassen (de opvolger van burgemeester van Lanschot) enige straatnamen vast voor de Vliert, waaronder de Sweensstraat.
De straat is vernoemd naar Monseigneur Joseph W.F.M. Sweens van de Sociëteit der Witte Paters. Hij is geboren te 's-Hertogenbosch op 22 maart 1858. In 1877 schreef hij zich in op het grootseminarie te Haaren. Op 3 juni 1882 werd hij tot priester gewijd. Hij was eerst kapelaan te Lierop, daarna in Vught, waar hij hoorde van Charles Lavigerie en zijn missionarissen. Hij besloot zich aan te sluiten bij de Witte Paters. Hij werd in 1889 als novice toegelaten en werd op 22 september 1891 witte pater. In 1910 werd hij gewijd (in de Bossche Sint Jan) tot bisschop van Nyanza. Nyanza is de Afrikaanse naam voor het Victoriameer. Hij diende als apostolisch vicaris van Zuid-Nyanza in Duits Oost-Afrika, later in het door de Britten bestuurde Tanganyika-territorium, vandaag de dag is dat in Tanzania rondom het zuidelijke gebied van het Victoriameer. Hij overleed op 12 april 1950.
Josephus Sweens was een zoon van Johannes Jacobus Sweens (van de koffiebrander-familie) en van Antonia Elisabeth Kluytmans. De winkel 'In de Drij Swarte Mollen' (Hinthamerstraat 190, hoek Achter de Mollen) behoorde bij de in 1818 opgerichte koffiebranderij van de familie Sweens.
Witte Paters en Zusters
Kardinaal Charles Lavigerie (1825 - 1892), aartsbisschop van Algiers, stichtte in 1868 de sociëteit van de missionarissen van Afrika, beter bekend als 'de witte paters'. Een jaar later stichtte hij ook de zusters missionarissen van Onze Lieve Vrouw van Afrika (witte zusters). Omdat evangelisatie onder de moslimbevolking praktisch onmogelijk bleek, besefte Lavigerie dat het oprichten van onder andere scholen en ziekenhuizen de beste manier was om het evangelie te verkondigen. Vanaf 1878 vertrokken missionarissen naar Oost- en Centraal-Afrika, naar de landen rondom de grote Meren zoals het Victoriameer. De naam 'witte paters' komt van de witte, Arabische klederdracht die de missionarissen dragen, samen met een rozenkrans rond de hals. Eind 1889 kwam de orde van de witte paters naar ons land. Eerst kwamen zij naar Haaren, in 1892 vestigden zij zich op St. Charles te Boxtel.
Ook de Witte Zusters (Zusters Missionarissen van Onze Lieve Vrouw van Afrika) kwamen naar Brabant en openden een opleidingshuis in 1896 genaamd Sancta Monica in Esch.
Frank