Menu

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
Het was weer zover, ons jaarlijkse buurtfeest.De vijfde keer al weer.Van te voren het binnenplein onkruidvrij en schoongemaakt met enkele personen zodat we op een netjes plekje konden zitten.Dit jaar ook de mensen die in het oude schoolgebouw de Kameleon zijn komen wonen uitgenodigd.Dus we hadden een aardig gezelschap en het was weer beregezellig.De tent opgezet en deze keer een warm en koud buffet i.p.v. een barbecue , borreltje erbij wat wil een mens nog meer.Het weer werkte ook nog mee het was een heerlijke zonnige dag.
Mijn moeder was een Amsterdamse. Na haar trouwen kwam ze in Den Bosch wonen. Af en toe ging ze haar oudersbezoeken. Kennissen vroegen dan aan haar: ’Hoe is het buiten?’ Daar bedoelden ze’s-Hertogenbosch mee.Wij woonden aan de rand van het park in een groot huis. Het was een druk huishouden, vijf meisjes en een jongen. Met de hulp maakte ze het huis schoon. Mamma las graag en zaterdags ging ze de stad in en dan mocht één van de kinderen mee. We kochten altijd pindarotsjes bij Jamin. Soms moest ze in de telefooncel naar huis bellen, dat de peertjes nog stonden te stoven op het petroleumstel. Mijn moeder hield van lekker eten. Ze haalde de boodschappen bij de Gruyter. Haar fiets leek een pakezel, terug moest ze lopen. Mamma had een enorme hekel aan ruzie. Ze deed alles om de vrede te bewaren. Het was een gezellige, zachtaardige moeder. Iedereen maakte een praatje met haar. Met carnaval was ze altijd naar Amsterdam. Ze kon niet tegen dat ongeregelde leven.Vroeger naaide ze kleren voor ons. We zagen er wel apart uit met rokken, waar een kantje uit piepte en soms knalgele schoenen. Dat vonden wij niet raar, maar de klasgenootjes wel. Wij vonden dat juist heel bijzonder! Met Sinterklaas kreeg mijn moeder elk jaar een grote marsepeinen worst van mijn vader en met Pasen een mooi gedecoreerd chocolade ei.Ze is veel te vroeg gestorven, net achtenzestig jaar.
Het stormde enige tijd geleden. Zo hard dat de oude verrotte schutting (die ik drie jaar geleden bij de woningruil cadeau kreeg) het begaf. Ik was niet thuis en mijn achterbuurman was zo aardig om de schutting uit de steeg te schuiven, mijn tuin in.De volgende dag belde de woningstichting, of ik mijn schutting uit de steeg wilde halen.....Bewoners hadden geklaagd. Die hadden wel heel snel aan de bel getrokken i.p.v. zelf even de handen uit de mouwen te steken. Nog vóórdat de buurman het probleem had opgelost. Ik mopperde wat in mezelf, geagiteerd door de vervelende ervaringen die ik eerder in mijn appartementencomplex heb gehad met niet te verstane overlast waarover ik hier niet ga uitweiden.Wat nu, schutting omver en geen middelen en menskracht om een andere schutting te plaatsen. Via de Buurtkiep kwam ik Karwijk tegen....het leek te mooi om waar te zijn! Maar het bleek waar en nog mooier dan ik dacht. Theo nam onmiddellijk contact met me op en kwam polshoogte nemen. Binnen twee weken verscheen Marcel en die heeft in een paar uur tijd de boel keurig gerepareerd. Mijn schutting is hergebruikt en staat er beter bij dan vóór de storm. Buurtbewoners waren enthousiast en kwamen een praatje maken...mensen die ik nog nooit gezien heb. Mijn gemopper is verstomd :-)Deze ervaring heeft mij zo goed gedaan dat ik die graag met jullie deel.
Watersnoodramp 1953Die storm kan ik me nog herinneren. De storm blies me bijna ons huis uit.Die nacht kon ik niet slapen. De storm bulderde als een groot monster.De volgende morgen hoorden we op de radio, dat Zeeland en West-Brabant onder water stonden en dat er heel veel kinderen en volwassenen waren verdronken. Ik kon me, als kind van negen geen voorstelling maken van die ramp tot dat ik in de bioscoop het polygoon- journaal zag. Ik woonde op de Vliert en zat op de Mariaschool in de stad. In onze klas kwam een evacuée uit Zeeland: een meisje met stijve vlechtjes. Ik vond dat heel interessant. Dat meisje was vrolijk en lachte veel en de hele klas was extra aardig voor haar. Ze heeft nog in mijn poëziealbum geschreven.Ik heb vijfenzestig jaar na dato een gedicht(je) geschreven over die grote ramp.watersnood 1953, Ouwerkerk, Zeelandhet water staat me aan de lippende dijk gelijk een gatenkaashet stijgend water om me heenmet donderend geraashet water staat me aan de lippende dijk gelijk een peperkoekwater zover ik kijken kanwat kan ik doen ik vloekhet water staat me aan de lippenmijn schreeuw verstomt in stormregenred mij uit deze helle zeehet water is gestegenik vouw mijn handen en ik bidels
Pagina's (1): 1