Menu

Buurtverhaal:

watersnoodramp 1953 (2018)

Els Dorenbosch
Gepubliceerd op 6 februari 2018 , 350x gelezen

Watersnoodramp 1953

Die storm kan ik me nog herinneren. De storm blies me bijna ons huis uit.
Die nacht kon ik niet slapen. De storm bulderde als een groot monster.
De volgende morgen hoorden we op de radio, dat Zeeland en West-Brabant onder water stonden en dat er heel veel kinderen en volwassenen waren verdronken. Ik kon me, als kind van negen geen voorstelling maken van die ramp tot dat ik in de bioscoop het polygoon- journaal zag. Ik woonde op de Vliert en zat op de Mariaschool in de stad. In onze klas kwam een evacuée uit Zeeland: een meisje met stijve vlechtjes. Ik vond dat heel interessant. Dat meisje was vrolijk en lachte veel en de hele klas was extra aardig voor haar. Ze heeft nog in mijn poëziealbum geschreven.

Ik heb vijfenzestig jaar na dato een gedicht(je) geschreven over die grote ramp.

watersnood 1953, Ouwerkerk, Zeeland

het water staat me aan de lippen
de dijk gelijk een gatenkaas
het stijgend water om me heen
met donderend geraas

het water staat me aan de lippen
de dijk gelijk een peperkoek
water zover ik kijken kan
wat kan ik doen ik vloek

het water staat me aan de lippen
mijn schreeuw verstomt in stormregen
red mij uit deze helle zee
het water is gestegen

ik vouw mijn handen en ik bid

els

Reacties

Hans 7 februari 2018
Prachtig verhaal! Mooi gedicht...


Bekijk alle verhalen in je buurt »